welkom

liedjes

muziekprojecten

de muziekinstrumenten

popmuziek in de klas

links

 

Liedjes

groep 1

groep 2

groep 3

groep 4

groep 5

groep 6

groep 7

groep 8

 

 
 

groep 1

Twee armen en twee benen

Twee armen en twee benen, tien vingers en tien tenen.
Een hoofd, een hals, een buik, een neus waarmee ik ruik.
Een twee drie vier vijf, dit zit aan mijn lijf
rikketikketik, dit ben ik!

Hier loop ik langs de straat

Hier loop ik langs de straat en ik voel me alle dagen
zo vrolijk en zo blij  en daarom kom ik vragen
of jij, of jij, eens dansen wil met mij.
Van joepie joepie tralala, van joepie joepie tralala,
of jij, of jij, eens dansen wil met mij.

Krokodilletje

Op een heel klein bruggetje, liep een krokodilletje.
Iedereen die langs kwam, beet hij in zijn billetje.
Stoute stoute krokodil, bij jij zomaar in mijn bil.
Moet ik de politie halen, dan moet jij mijn bil betalen.

Mijn knuf is weg    (mjd les1)       cd101

Mijn knuffetje is weggelopen, hij is zachtjes weggegaan.
Is hij uit het huis geslopen, is hij met de bus gegaan?
Dag mevrouw, hebt u misschien mijn knuffel ook zien lopen?
Dag meneer, hebt u misschien mijn knuffel ook gezien?

Mijn knuffetje is weggelopen, heel hard is hij weggegaan.
Is hij in een hoek gekropen, is hij naar Parijs gegaan?
Dag mevrouw, hebt u misschien mijn knuffel ook zien lopen?
Dag meneer, hebt u misschien mijn knuffel ook gezien?

Wat ligt daar voor een ding?    (mjd les2)       cd102

Wat ligt daar voor een ding? "Een bezem,* een bezem".
Wat ligt daar voor een ding? Daar midden in de kring.
Tik er tegenaan, ga er dan op staan,
leg het op de grond en loop de kring weer rond.

 * kind kiest uit, zingt samen met de juf:
   een bakje, een blokje, een doosje, een prullenbak,
   (enz, dus alles wat in de kring gelegd is).

Tam tam    (mjd les3)       cd104

Tam tam tam tam, daar komen muzikanten aan;
ze lopen keurig in de maat bij ons door de straat.

Rom bom rom bom, daar komen alle trommels aan;
ze lopen keurig in de maat bij ons door de straat.

Tt tt tt tt, daar komen de trompetten aan;
ze lopen keurig in de maat bij ons door de straat.

Door de regen    (mjd les 4)    cd107

Rikketikketik, rikketikketik, door de regen daar loop ik.
Stampen in een diepe plas.
Druppels op mijn regenjas.
Rikketikketik, rikketikketik, door de regen jij en ik.

Dag dokter

Dag dokter, dag dokter, ik ben een beetje naar.
Ik heb het warm, ik heb het koud en ook mijn buik doet raar.
Kijk eens in mijn oren, kijk eens in mijn mond.
Geef een drankje of een pil, dan ben ik weer gezond.

Herfst, herfst, herfst is weer gekomen

Herfst, herfst, herfst is weer gekomen
daar komt de wind, hij schudt aan alle bomen.
Alle blaadjes vallen, de takken worden kaal,
we trekken onze jassen aan, allemaal.

Zie je de kastanjes?

Zie je de kastanjes aan de bomen?
Zie je alle eikels op het mos?
Nu is het herfst de blaadjes vallen,
nu is het herfst in ieder bos.

De eekhoorn

Eekhoorn, eekhoorn, met je lange staartje
eekhoorn, eekhoorn, spring maar met een vaartje,
tikketakke tomen, roetsj in de bomen.

Acht kleine vogeltjes

Acht Kleine vogeltjes die zaten op een tak.
Turelureluut, de tak begon te wiegen.
O, als die tak, als die tak eens brak.
't Hindert niet, de vogels kunnen vliegen,
't hindert niet, ze vliegen met gemak.

Woutertje   (mjd les 6)     cd114

Woutertje, Woutertje, wiebel wiebel wiebel woep,
piepklein kaboutertje, komt als ik roep.
Woutertje, Woutertje, piepklein kaboutertje,
wiebel wiebel wiebel woe-oep!  komt als ik roep.

Ik heb hem al jaren en nooit geeft ie last.
Hij woont in een trommeltje onder de kast.
En 's morgens om zeven uur hoor je geluid,
dan roept ie om eten, dan wil ie er uit. O, die

Woutertje, Woutertje, wiebel ...

Ik zag hem voor 't eerst op de mat in de gang.
Ik zei: "Goeiemorgen, ben jij hier al lang?"
Hij zei: "Nou ik denk een minuutje of vijf,
maar ik vind je wel aardig, ik denk dat ik blijf."  O, die

Woutertje, Woutertje, wiebel ...

Hij is reuze aardig, we hebben veel pret.
Maar 's avonds om zeven uur moet ie naar bed.
Hij trekt een pyamaatje aan van katoen,
dan bindt ie z'n baard op en krijgt nog een zoen.  O, die

Woutertje, Woutertje, wiebel ..

Ik loop mijn eigen weggetje  (mjd les 7)    cd119 en 120

Ik loop mijn eigen weggetje en zoek een zak vol pitten.
Als ik er n gevonden heb dan ga ik er op zitten.

Wie niet lopen wil   (mjd les 8)   cd122

Wie niet lopen wil, wie niet lopen wil,
wie niet lopen wil, sta stil.
Wie niet lopen wil, wie niet lopen wil,
wie niet lopen wil, sta stil.

Wie niet dansen wil, ...
Wie niet springen wil, ...
Wie niet stampen wil, ...

Pannenkoeken bakken

Pannenkoeken bakken, pannenkoeken bakken.
Olie in de pan, olie in de pan,
voordat ik bakken kan.
Olie in de pan, olie in de pan,
voordat ik kan bakken.

als vervolg kan i.p.v. "olie" gekozen worden: deeg, kersen, spek, enz.

Koetjes in 't stalletje   (mjd les 10)    cd130

Koetjes in 't stalletje, wees toch wat stil,
hier is een klein kindje, dat slapen wil.
Boe! zeggen de koeien, dan zullen we niet meer loeien!

Schaapjes in 't stalletje, wees toch wat stil,
hier is een klein kindje, dat slapen wil.
B! zeggen de schapen, dan zullen we ook gaan slapen!

Hondjes in 't stalletje, wees toch wat stil,
hier is een klein kindje, dat slapen wil.
Woef! zeggen de hondjes, houdt jullie dan ook je mondjes!

Overal sneeuw   (mjd les 12)    cd133

Overal sneeuw in de lucht, overal sneeuw op de grond,
op m'n jas en op m'n  haar en op al die mensen daar.
Overal sneeuw in de lucht, overal sneeuw op de grond.

Reusje   (mjd les 13)   cd137

Er was er eens een reusje, dat reusje was te klein.
Hij was niet zo reusachtig, als and're reuzen zijn.
Hij had een heel klein neusje, een kleine grote teen;
als and're reuzen speelden zat reusje heel alleen:
dus danste  hij de reuzendans al stampend in het gras,
dat dansje had hij zelf bedacht en weet je hoe het was?
Het was van hop in het rond en stamp op de grond
en was ik maar zo groot als een berg
hop in het rond en stamp op de grond want klein zijn is zo erg.

Toen ging dat kleine reusje eens wand'len in het woud.
Hij kwam een heksje tegen, dat was reusachtig oud.
Ze zei: "Dag treurig reusje, waarom kijk jij niet blij?
Heb jij soms reuzenzorgen, vertel ze dan aan mij;"
dus danste  hij de reuzendans al stampend in het gras,
dat dansje had hij zelf bedacht en weet je hoe het was?
Het was van hop in het rond en stamp op de grond
en was ik maar zo groot als een berg
hop in het rond en stamp op de grond want klein zijn is zo erg.

Toen nam dat oude heksje een toverstaf van goud
en ze begon te tov'ren daar midden in het woud.
Ze zong een toverliedje, ze kneep hem in de neus.
Het reusje ging toen groeien; hij werd zowaar een reus!
dus danste  hij de reuzendans al stampend in het gras,
dat dansje had hij zelf bedacht en weet je hoe het was?
Het was van hop in het rond en stamp op de grond,
hoera ik ben zo groot als een berg
hop in het rond en stamp op de grond en o, wat ben ik blij!

Krokusbolletjes    (mjd les 14)     cd139

Krokusbolletje, kom eens uit je holletje.
Met je bloempjes paars en geel,
op een dunne steel.

Krokusbolletje, kom eens uit je holletje.
Met je bloempjes wit en blauw,
bloem ik hou van jou.

Wakker worden!    (mjd les 15)   cd144

Wakker worden, goeie morgen allemaal.
Rek je uit  en train je weer fit.
Wakker worden, goeie morgen allemaal.
Niemand die nog op z'n luie billen zit.

De bromvlieg

Vlieg op dikke vlieg, dikke bromvlieg.
Je plaagt me en je kriebelt zo;
ik wil je niet je wriemelt zo.
Ga weg jij van mijn neus, dikke deus,
ga weg jij van mijn neus.

Vlieg op dikke vlieg, dikke bromvlieg.
Je plaagt me en je kriebelt zo;
ik wil je niet je wriemelt zo.
Ga weg jij van mijn kin, dikke din,
ga weg jij van mijn kin.

Vlieg op dikke vlieg, dikke bromvlieg.
Je plaagt me en je kriebelt zo;
ik wil je niet je wriemelt zo.
Ga weg jij van mijn oor, dikke door,
ga weg jij van mijn oor.

Appellied

n twee drie vier, appels mmm, appels mmm.
n twee drie vier, appels appels lust ik graag.
In de boom en op de grond, zie ik appels dik en rond.
n twee drie vier, appels in mijn mond.

Clowntje    (mjd les16)       cd147

Clowntje heeft een rooie neus, rooie neus, rooie neus,
clowntje heeft een rooie neus, ha ha ha ha   ha!
En als hij dan gaat dansen, hopsa faldera,
dan doen we 't allemaal na, ja ja, dan doen we 't allemaal na!

De verschikkelijke vlieg  (mjd les 17)         cd152

Ik lig lekker warm met mijn beer in mijn arm,
maar ik kan nog lang niet slapen.
Want elleke keer vliegt een vlieg heen en weer
en die zit me verschrikkelijk te plagen.
Hij zit op m'n hoofd, m'n buik, m'n bil, m'n been,
m'n voet, m'n schouder, m'n rug, m'n teen.
Hij vliegt en hij vliegt in het rond.
Strakjes vliegt hij in mijn mond!
Bzz   bzz bzz   bzz bzz   bzz bzz   (klap!)

Bloemen wiegen   (mjd les 18)   cd154

Bloemen wiegen heen en weer,
twee vlindertjes komen telkens weer,
ze vliegen hoog, ze vliegen laag
en stellen iedere bloem een vraag.

Visje, visje in de zee    (mjd les 20)    cd160

Visje visje in de zee, langzaam zwem je naar benee.
Als je daar eens zachtjes zucht, dan zie je kleine belletjes lucht.
Met de vinnen op je rug, zwem je langzaam weer terug.

 
 

www.demuziekmeester.nl